
B6 Ketenpartijen en de eiwittransitie: kans voor nieuwe inkomsten
Zowel voor het milieu, voor de bodem als in de consumentenmarkt winnen plantaardige eiwitten sterk aan betekenis. Wat zijn de kansen voor Nederlandse boeren? En wat kunnen grote ketenspelers bijdragen aan het belonen van boeren voor hun inspanningen op het gebied van verduurzaming?
Kernpunten
De eiwittransitie is de transitie naar een meer plantaardig voedselpatroon. Momenteel is de verhouding in consumptie dierlijk eiwit/plantaardige eiwit 60/40. LNV heeft als doel gesteld om deze ratio te verschuiven naar 50/50. De eiwittransitie bestaat uit drie sub-transities: meer plantaardige consumptie, meer plantaardige productie, minder (en als het toch moet, dan duurzaam en diervriendelijk) dierlijke eiwitproductie. Als we in 2030 hier willen zijn, hoe zien we de plantaardige productie en consumptie voor ons en wat moet er nu gebeuren om daar te komen?
Eiwitgewassen zijn mooie gewassen voor akkerbouwers. Dit type gewassen dragen bij aan een betere voedingsbalans in de bodem voor boeren die willen omschakelen naar een meer regeneratieve landbouwpraktijk. Een belangrijke eigenschap van eiwitgewassen is namelijk stikstofbinding en afgifte - ook na de eigen teelt - waardoor er geen stikstof hoeft te worden toegevoegd in de vorm van kunstmest. Daarnaast helpen ze de bodemstructuur te verbeteren.
Nederlandse akkerbouwers zijn klaar voor de productie van eiwitgewassen op Nederlandse bodem voor humane consumptie. Maar voor de verwerkers van de eiwitgewassen is het aantrekkelijker om de grondstoffen uit het buitenland te halen. In Europa is bovendien ook geen gelijk speelveld voor de productie van eiwitgewassen: Nederlandse akkerbouwers krijgen geen subsidie voor de teelt van eiwitrijke gewassen. In Nederland zijn de eiwitrijke gewassen onderdeel van de zogenaamde Eco-regeling en maken zodoende deel uit van het GLB-systeem van inkomensondersteuning, terwijl akkerbouwers in andere Europese landen tot wel 600 euro subsidie ‘krijgen’ per hectare. Een eerlijk speelveld op Europese schaal zou de Nederlandse productie kunnen vergroten.
De ecoregeling binnen het GLB zal Nederlandse boeren verleiden om meer eiwitgewassen te verbouwen. Deze zullen voor nu voornamelijk worden weggezet als veevoer. Uiteraard is het mooi als dit de soja import kan verlagen, echter zou de wens uiteraard zijn om deze eiwitgewassen voor humane consumptie te verbouwen om uiteindelijk te komen naar 50-50 dierlijk/plantaardige eiwitten in ons voedselpatroon. Daarbij leidt de grootschalige toepassing van de eco-regeling tot grotere teelt en dus een verlaging van de prijs die de boeren krijgen voor de eiwitgewassen, waardoor de rendabelheid van de teelt op korte termijn juist verlaagd wordt.
Gelukkig gebeurt er al veel om de transitie te bewerkstelligen. Middels de “Bean Deal” - Green Deal Vlinderbloemigen - wordt er gewerkt aan het vergroten van de consumptie en productie van eiwitgewassen van Nederlandse bodem. NGO’s zoals Questionmark, Natuur & Milieu en Feedback EU zijn actief bezig om supermarkten aan te zetten om nu ook stappen te ondernemen. Foodvalley NL is bezig met de ketenontwikkeling van de eiwittransitie, onder andere door het organiseren en vormgeven van de Bean Deal. Bovendien was Foodvalley NL betrokken bij de oprichting van de Producentenorganisatie ‘Eiwitboeren van Nederland’ waarbij het organiseren van ketendeals centraal staat. Transitiecoalitie Voedsel is bezig met een aanloop naar het opzetten van een actieagenda met verschillende stakeholders. Hiertoe wordt een value case ontwikkeld om te laten zien wat de eiwittransitie oplevert en bespaart.
Vervolgstappen
De bovenstaande ontwikkelingen geven de burger moed, maar we zijn er nog niet. Er moet een gehele keten worden ontwikkeld met een eerlijk businessmodel voor iedereen in de keten, waarbij de kwaliteit en aantrekkelijkheid de markt helpen groeien. Op korte termijn is de oproep aan supermarkten om sectorafspraken te maken om een groter plantaardig aanbod (van Nederlandse bodem) te realiseren en een kleiner dierlijk aanbod. Daarnaast kunnen zij afspraken maken over reclames voor dierlijke producten, het verminderen van het aanbod in kiloknallers, enzovoorts.
Op de lange termijn dient er meer productontwikkeling op gang te komen met insecten als grondstof en met het gebruik van plantaardige meststof. We moeten van ‘vleesvervangers’ naar ‘vleesopvolgers’. Verwerkers in Nederland moeten bovendien gestimuleerd worden om Nederlandse grondstoffen te gebruiken. Hiervoor is een goede prijs voor de grondstoffen nodig en kennis en innovatie op het gebied van verschillende eiwitgewassen. De overheid moet zich inzetten om een gelijk speelveld voor akkerbouwers in de Europese Unie te realiseren, ook door kritisch het eigen beleid met nationale toepassing van Europese regelgeving te heroverwegen, in ieder geval zolang als andere landen in Europa dit ook doen.
Ook voor de consument is een rol weggelegd. Consumenten moeten lokale productie gaan eisen van voedselproducenten en voedselaanbieders.
Betrokkenen
Willem Lageweg, Transitiecoalitie Voedsel LinkedIn
Henk Janknegt, Producentenorganisatie Eiwitboeren van Nederland
Jolijn Zwart-van Kessel, Foodvalley NL LinkedIn